Fotografie. Kunst. Muurschilderingen.
Vragen? info@irisvanvalkenhoef.nl of bel 06-24884123
Bax
2 februari 2019 Iris van Valkenhoef

Zijn bruinzwart gevlekte vacht trok hij met zijn tanden omhoog, zodat de haren gevaarlijk omhoog stonden. Zijn oren en ogen waste hij expres niet, om er nog ruiger uit te zien.

Hij hield van vechten. Als hij de kans kreeg, nam hij die. Iedere kat die hij tegen kwam besprong hij met bloeddoorlopen ogen. Zijn nagels zette hij met plezier in het zachte vlees, hij genoot van zijn kracht, de spanning in zijn spieren. Hoe harder zijn tegenstander terug vocht, hoe beter. Plukken haar vlogen alle kanten op. Met schuim uit zijn bek druipend, grommend en blazend. Hij hield van het spel. Meestal begon het zo: zodra hij een tegenstander zag, keek hij hem in de ogen. Hij wist dat hij ging winnen. Hij won altijd. Dat voelden ze, die overtuiging zagen ze in zijn blik. Stokstijf stonden ze dan te kijken. Hoe langer ze stil stonden, hoe groter Bax leek te worden, hoe meer de tegenpartij in elkaar kromp.

Het kwam aan op timing. Op het juiste moment toe slaan. Ze knipperden met de ogen. Ze keken om. Zoekend naar een vluchtroute en dan…: TJAKKA!!! Gillen en krijsen!!! Werkte altijd. Bij ieder gevecht won hij een stuk terrein, meer vrouwtjes, meer kattenluikjes met toegang tot eten. Bax was de machtigste kater van de stad.

Jagen was een ander verhaal. Als hij een muis te pakken had liet hij die zo lang mogelijk leven. Een zacht gekraak in het gras. Geritsel of gescharrel in de heg. Dat waren de geluiden waar Bax zich op focuste. De prooien waren zich van geen kwaad bewust. “Nagels in en buik laag.” Op deze manier had hij extra veerkracht in zijn poten, zodat ze zachter neer kwamen. “Slachtoffer naderen. Situatie inschatten.” Hij kon het dier en zijn bezigheden aanschouwen. Hij zat op sprong afstand. “Wachten, kijken en laag blijven. Bezit nemen over het dier door te bezweren met de ogen.”

Hij wachtte op het moment dat het prooi zijn aanwezigheid voelde en opmerkte. Dan sloeg hij toe! Precies dan! Dat de schrik ze om het hart sloeg, voordat ze er van door gingen. Sommige dieren schrokken zo erg, dat ze verlamd raakten. Daar was niks aan. Maar ook die kreeg hij op den duur wel wakker.

Het enige moment dat Bax zich rustig en een vreemd soort zachtheid voelde, was ‘s nachts, na het vechten en jagen. Hij zat op de rand van de schutting. Hij jankte en huilde en likte zijn wonden. Hoeveel macht hij ook had verworven, hij voelde zich leeg.

Op een nacht, toen hij tranen met tuiten huilde, hoorde hij een geluid. Het klonk als huilen maar het was zacht, mooi en diep. Vol weemoed en melancholie. Bax luisterde. Zijn adem stokte, zo ontroert was hij. Het geluid nam bezit van hem. Eerst was het rustig en meeslepend, daarna werd het rauw en wild, om vervolgens in ijle dromerige klanken weg te zinken. Betoverd door de prachtige golven die zijn oren streelden, liep Bax in de richting van waar het vandaan kwam. Het geluid was zo intens dat hij niet kon inschatten hoever het was. Na een wandeling door het park en langs vele achtertuinen, zelfs nog buiten zijn jachtterrein, zag hij haar.

Daar stond ze! Mahonie warm bruin en de meest verleidelijke rondingen die hij ooit had gezien. De geluidsgolven die ze hem toezond, trilden en vibreerden alles in een straal rond haar heen. De bomen, het gras, de vogels waren in haar macht. Hij staarde. Dit was geen focus, dit was… hij kende het niet. Een warme gloed stroomde door zijn aderen. Dit had hij nog nooit gevoeld. Hij voelde zich week en weerloos. Met haar poot of staart wreef ze over haar buik. Hij begreep niet precies hoe ze anatomisch in elkaar stak. Ze was duidelijk van een andere soort. Ze was magisch en moest wel van een andere wereld komen. Bax wilde haar. Hij wilde haar voelen en ruiken en kopjes geven en proeven. Hij wilde voor haar zorgen, dat ze het nooit meer koud had. Hij wilde haar vacht zijn. Hij was van haar, ze mocht hem hebben. Alles wie hij was vergat hij. Voorzichtig naderde hij haar. Zou ze hem zien? De ogen in haar buik staarden hem wezenloos aan. Hij werd er onzeker van. Hij begreep haar niet. Zou ze voelen wat hij voelde? Tot hij naast haar stond. Haar stem was heel zacht nu, haar poot streek met korte haaltjes over haar buik. Ze was zich vast aan het wassen, en maakte daar geluidjes bij. Bedacht Bax. Ze had geen vacht zoals hijzelf. Ze rook warm. Hij liep om haar heen. Van haar rug benaderd, durfde hij haar zachtjes aan te raken. Met zijn kop en daarna met zijn lijf streek hij langs haar. Ze vond het niet erg! Ze ging gewoon door met haar geluidjes. Het gaf hem hoop. “Ik denk dat ze me wel mag.” Dacht hij.

Bax zag de wereld roze. Hij vergat te jagen en langzaam werd zijn gewonnen terrein in genomen door andere katten. Het maakte hem niet uit. Iedere nacht zocht hij haar op. Iedere nacht liet ze zich meer door hem aaien en strelen. Op een nacht, terwijl ze al wrijvend over haar buik het wildste en mooiste lied zong dat hij ooit gehoord had, beklom hij haar. Hij beet haar in haar hals en samen werden ze één. Zijn vacht werd de hare en zijn gejank en het hare werden een symphonie aan klanken. Hij voelde haar weemoed en liefde. Hij zag door haar ogen hoe mooi en wonderlijk de dieren waren. Hoe de natuur en alles in het universum in elkaar samenviel.